PVV-Kamerlid Wilders moet op 20 januari verschijnen voor de rechtbank in Amsterdam. Hij zou opzettelijk moslims beledigen en haat prediken. Een terechte aanklacht, vindt prof. mr. Fokko Oldenhuis. De PVV-leider overschrijdt onmiskenbaar de grenzen van de wet:
Wilders doet niet alleen aan haatzaaien en beledigen van moslims wegens hun godsdienst, hij discrimineert bovendien. Tevens discrimineert hij niet-westerse allochtonen of Marokkanen vanwege hun ras en zet hij aan tot haat jegens hen. Dit staat allemaal in de 21 pagina’s tellende dagvaarding. Daarin wordt een reeks voorbeelden genoemd van uitlatingen van Wilders in de media, op de site van zijn partij en in Wilders’ film Fitna.
Die dagvaarding is mijns inziens volkomen terecht. De samenleving is zelfs verplicht op te treden, want in zijn teksten brengt Wilders fundamentele rechten, zoals de vrijheid van meningsuiting, in het geding. Want die rechten, ook als het grondrechten zijn, moeten paradoxaal genoeg wel worden begrensd. Gebeurt dat niet, dan kan het ertoe leiden dat anderen in hun bestaan worden bedreigd.
Dat is precies wat hier aan de hand is. De eigen vrijheid die Wilders wenst te hebben, gunt hij niet aan een ander. Uit de uitspraken van Wilders blijkt dat hij juist uit is op strafvervolging van andersdenkenden….
Leest u het gehele artikel hier.
Paul Wilders


